|
Sinds 1994 behoren, naast onderwijs, ook toegepast wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening tot de kernactiviteiten van de hogeschool. Het Departement Toegepaste Psychologie heeft als opleiding voor toekomstige professionele bachelors een traditie opgebouwd om toegepast en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek te ondersteunen en expertise te leveren aan de buitenwereld. Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek laat zich binnen het Departement Toegepaste Psychologie als volgt kenmerken:
- Het onderzoek speelt in op concrete behoeften en vragen vanuit de werkvelden en/of er is duidelijk sprake van een terugkoppeling van het onderzoek naar de praktijk. Vragen kunnen komen vanuit de beroepspraktijk, hogeschool, universiteit, testuitgeverij en overheid
- Het onderzoek sluit inhoudelijk aan bij één van de studiegebieden van het departement: klinische psychologie, school- en pedagogische psychologie en arbeids- en organisatiepsychologie
- Studenten worden waar mogelijk mee ingeschakeld in het onderzoek via opleidingsonderdelen en scripties en er is een terugkoppeling van onderzoeksresultaten naar het onderwijs
Speerpunten binnen het Departement Toegepaste Psychologie
Binnen de drie domeinen klinische psychologie, school- en pedagogische psychologie en arbeids- en organisatiepsychologie staan de volgende onderzoeksvelden centraal:
- Onderzoek in het kader van normering en ontwikkeling van psychodiagnostische meetinstrumenten, testadaptatie en psychometrische evaluatie
- Onderzoek in het kader van wetenschappelijke evaluatie van preventie en psychologische begeleiding van personen met een hulpvraag
- Onderzoek in het kader van onderwijsontwikkeling en onderwijsinnovatie en gericht op kwalitatieve begeleiding van studenten met moeilijkheden binnen een onderwijscontext
- Onderzoek in het kader van maatschappelijke dienstverlening
Contact: dr. Barbara Soetens | barbara.soetens@lessius.eu
Een greep uit het huidige onderzoek ...
Normering kleutertest | Ivo Bernaerts, Karen Verniers en Walter Magez
In een vorig project (2003-2005) zijn de psychometrische kwaliteiten van TOETERS (toetsboekje voor taal- en rekenvoorwaarden) onderzocht, een nieuwe normering uitgewerkt en een nieuwe handleiding opgesteld. TOETERS is een algemeen (collectief) screeningsinstrument dat peilt naar de algemene voorbereidende leervaardigheden van kleuters in de derde kleuterklas. Dit instrument is ontwikkeld in de jaren '90 door de werkgroep basisonderwijs Brabant, een samenwerkingsverband van Vrije PMS-centra (nu VCLB) waar Ivo Bernaerts deel van uitmaakte.
In het verlengde van dit project werd in 2006 gestart met het hernormeren en herschrijven van de handleiding van KONTRABAS, een parallelversie van TOETERS. Het onderzoek verloopt in samenwerking met VCLB Haacht (uitgever van KONTRABAS). Scriptiestudenten van het Departement Toegepaste Psychologie zijn actief betrokken bij dit project.
Ontwikkeling Prestatie-Niveau-Test Syntra| Annemie Bos
Het Syntra-onderwijs kent een heterogene instroom van leerlingen uit diverse opleidingsjaren en richtingen uit het secundair onderwijs. Syntra wil nu een kader uitwerken om leertrajectbegeleiding en niveaudifferentiatie zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Via het meten van o.a. schoolse cognities taal en rekenen kan de instroom doorgelicht worden. Om dit mede te realiseren werd in een vooronderzoek de Prestatie-Niveau-Test ontwikkeld. De afgelopen twee jaar werd deze test afgenomen bij leerlingen uit Syntra Antwerpen. Dit academiejaar volgt een psychometrische evaluatie van de test en wordt de screeningsbatterij aangevuld met een aandachtsonderzoek.
Studentenmedezeggenschap en studentenvertegenwoordiging in het hoger onderwijs | Ivo Bernaerts
Studentenmedezeggenschap wordt decretaal opgelegd aan de hogescholen en is zowel voor hogeschool als voor student van belang. Een onderwijsinstelling functioneert niet enkel beter in een actieve medezeggenschapscultuur, inspraak is eveneens doorslaggevend voor de ontwikkeling van een democratische burgerschapshouding. Ondanks de positieve argumenten verkeert studentenmedezeggenschap momenteel in een spanningsveld. Vele Vlaamse hogescholen kampen met een lage betrokkenheid van de studenten voor medezeggenschap en met een tekort aan kandidaten voor vertegenwoordigerswerk.
In dit wetenschappelijk onderzoeksproject richten we ons op verscheidene factoren die de bereidheid voor actieve studentenparticipatie kunnen verklaren: de wijze waarop studenten de procedures binnen de verschillende medezeggenschapsorganen in de hogeschool beoordelen en of ze het gevoel hebben daarbij juist behandeld te zijn (procedurele rechtvaardigheid); de inspraakmodaliteiten voor studenten, hun vertrouwen en waargenomen invloed; de gevoeligheid van studenten voor een (on)rechtvaardige behandeling; de zelf waargenomen competentie (de eigen perceptie over bekwaamheid en vaardigheden om als vertegenwoordiger op te treden); het belang dat de student hecht aan inspraak; de voorziene compensaties; de input of outcome gerichtheid; vroegere ervaringen met vertegenwoordigerswerk binnen en buiten de hogeschool.
De kinderpsychologieacademie| Griet Van Vaerenbergh en Gert De Kinder
Verscheidene projecten die reeds zijn uitgewerkt rond filosoferen met kinderen, tonen aan dat kinderen zich veel vragen stellen en graag een duidelijk en gefundeerd antwoord willen. Het doel van het project De Kinderspychologieacademie is om inzicht te krijgen in vragen die kinderen zich stellen specifiek binnen het domein van de psychologie.
In het eerste projectjaar (2004-2005) werd een kwalitatief onderzoek uitgevoerd bij kinderen van het vijfde en zesde leerjaar. Via focusgroepen a.d.h.v. een semi-gestructureerd interview werden de leerlingen tien vooraf vastgelegde domeinen van de psychologie aangeboden en werd nagegaan welke vragen bij leerlingen aanwezig zijn binnen elk van deze domeinen. Vervolgens werd een kwantitatief survey-onderzoek uitgevoerd: er werd bij een grote steekproef van leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar nagegaan in hoeverre zij de vragen – die vanuit de focusgroepen naar boven kwamen – stellen.
In het tweede projectjaar (2005-2006) boden we op 50 van de meest gestelde vragen een wetenschappelijk antwoord, geformuleerd op niveau van de kinderen. De antwoorden hebben we gebundeld in een informatief jeugdboek dat in 2006 werd gepubliceerd bij het Davidsfonds/Infodok met als titel "Mag ik even jouw hippocampus zien? Antwoorden op psychologische vragen van kinderen."
Op dit moment werken we aan een vervolgboek met nog eens 50 van de meest gestelde vragen, alsook een lessenreeks die a.d.h.v. een interventiestudie (experimenteel design met pre- en postmeting en actie- en controlegroep) wordt gevalideerd.
Ontwikkeling en normering van een diagnostisch instrumentarium voor dyslexie bij jong-volwassenen | Dieter Baeyens, Astrid Geudens, Vera Janssens, Kirsten Schraeyen en Ilse Smits
Onderzoek en praktijkervaringen in binnen- en buitenland wijzen uit dat steeds meer jongeren met dyslexie de stap naar het hoger onderwijs zetten. Een belangrijk knelpunt is dat screeningsinstrumenten voor jongeren in Vlaanderen en Nederland niet beschikbaar of onbetrouwbaar zijn. Deze lacune plaatst zowel het veld, het onderwijs, het onderzoek als het beleid voor cruciale vraagtekens. De centrale doelstelling van dit onderzoeksproject is een wetenschappelijk onderbouwd en genormeerd instrumentarium te ontwikkelen voor diagnostiek van dyslexie bij jongvolwassenen.
TESTBATTERIJ VOOR DIAGNOSE VAN DYSLEXIE BIJ 16+
Het eerste initiatief dat uitgewerkt wordt binnen dit onderzoeksproject is de ontwikkeling en normering van een wetenschappelijk onderbouwd en genormeerd instrumentarium voor diagnostiek van dyslexie bij jongvolwassenen. In samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en Muiswerk Educatief werd hiervoor de 'Interactieve Dyslexie Test Amsterdam-Antwerpen' (IDAA) ontwikkeld. In 2009 zal de testbatterij met een Vlaamse en Nederlandse normering verschijnen.
De IDAA is een computergestuurd instrument bestaande uit verschillende subtests die zich richten op het basisfenomeen van dyslexie: ernstige lees- en/of spellingproblemen op woordniveau t.o.v. een relatieve normgroep die niet toe te schrijven zijn aan andere problemen. De kerncompetenties lezen en spellen worden gemeten aan de hand van flitstaken waarin woorden en pseudowoorden (zowel Nederlands als Engels) voor korte tijd worden aangeboden. Doel hierbij is in te gaan op een lacune in het huidige testmateriaal en onbewuste, geautomatiseerde processen aan te spreken. Onderzoekers rapporteren namelijk op dit vlak grote verschillen tussen de vaardigheid van dyslectische en niet-dyslectische lezers. In de IDAA staat niet alleen het geautomatiseerd herkennen van de juiste schrijfwijze (orthografie) centraal, maar ook het door middel van natypen kunnen spellen van bestaande woorden en pseudowoorden. De orthografische competentie wordt gemeten in het Nederlands en het Engels. Om het cognitief profiel te kunnen verruimen zijn een “visuele aandachtstaak” (orthografische competentie) en een woordomkeringstest (fonologisch bewustzijn) toegevoegd.
De onderzoeksactiviteiten kaderen binnen het Multidisciplinair Diagnostisch Centrum voor Leerstoornissen (MDCL) dat in september 2006 werd opgestart door de Lessius Hogeschool. Het onderzoek is overkoepelend voor de departementen Logopedie en Audiologie en Toegepaste Psychologie en startte in het academiejaar 2006-2007.
De verleiding van voedsel weerstaan | Barbara Soetens en Kelly Geyskens
Binnen onze huidige westerse maatschappij worden we dagelijks geconfronteerd met een veelheid aan calorierijke voedingsproducten. Deze verleiders zijn niet altijd even gemakkelijk te weerstaan en obesitas is dan ook een steeds toenemend probleem. Via een experimentele studie wordt nagegaan wat de effecten zijn van blootstelling aan chocolade (met verschillende aanbiedingsvormen) op het eetgedrag en dit in vergelijking met een controlegroep die geen voorafgaande blootstelling kreeg. Er wordt eveneens gekeken wat de effecten zijn op de aandachtssturing en wat mogelijke gevolgen zijn voor de behandeling van eetproblemen.
Dit project is een samenwerkingsverband tussen het Departement Toegepaste Psychologie en het Departement Handelswetenschappen van de Lessius Hogeschool.
|