Module 7 | Persoonlijkheidsdiagnostiek bij kinderen, adolescenten en volwassenen

 

Doelstelling en inhoud

De bijdrage rond de dimensionele benadering van persoonlijkheid en persoonlijkheidsstoornissen bij volwassenen focust op de toegevoegde waarde hiervan in de klinische praktijk. Aan bod komen achtereenvolgens de klassieke DSM-IV benadering, de subtypering van Theodore Millon en de huidige conceptualisatie van persoonlijkheidsstoornissen vanuit de DSM-5 werkgroep (in aansluiting met de bijdrage van prof. dr. De Clercq). Via casussen, uitgewerkt volgens de empirische cyclus, maken deelnemers kennis met toepassingsmogelijkheden en instrumentarium. We staan stil bij de door de werkgroep voorgestelde ernstdimensie en de wortels hiervan binnen een meer (psycho)dynamische traditie. Opnieuw via casuïstiek formuleren we ideeën over de zinvolheid hiervan naar therapeutische indicatiestelling.

 

Een overtuigend aantal wetenschappelijke studies toont aan dat vijf brede dimensies de basis vormen van algemene persoonlijkheidsverschillen tussen kinderen. Deze dimensies kunnen benoemd worden als Emotionele stabiliteit, Extraversie, Vindingrijkheid, Welwillendheid en Consciëntieusheid, en vertonen grote parallellen met de Big Five voor volwassenen. Recentelijk werd een empirisch gevalideerd instrument gepubliceerd, de Hierarchical Personality Inventory for Children (HiPIC; Mervielde & De Fruyt, 2010; Mervielde, De Fruyt, & De Clercq, 2010), die aan de hand van een hiërarchische beschrijving zicht biedt op het adaptief persoonlijkheidsfunctioneren van kinderen en adolescenten op een leeftijdsspecifieke wijze. De opmars van het dimensioneel denkkader binnen de diagnostiek van persoonlijkheid en psychopathologie creëerde de voorbije jaren tevens de opportuniteit om het terrein van voorlopers van persoonlijkheidspathologie op jonge leeftijd te exploreren. Vanuit empirisch oogpunt werd hierbij een dimensioneel instrument ontwikkeld (de DIPSI; De Clercq, De Fruyt, & Mervielde, 2003), en werd aangetoond dat persoonlijkheidspathologische eigenschappen bij kinderen en adolescenten een gelijkaardige dimensionele structuur kennen als die voor volwassenen. Deze verbreding van persoonlijkheidspathologische beschrijvingen voor volwassenen naar jongere leeftijdsgroepen komt tegemoet aan de fundamentele beperking van de huidige DSM-IV taxonomie waarin het bestaan van het terrein van ontwikkelingsantecedenten van AS-II ten onrechte wordt ontkend, wat tevens in de internationale werkgroep voor de revisie van As II in DSM-5 als een van de centrale werkpunten naar voor werd geschoven. De bijdrage in huidige opleiding zal in eerste instantie focussen op de empirisch onderbouwde achtergrond voor het bestaan en beschrijven van persoonlijkheid en persoonlijkheidspathologie op jonge leeftijd. Hierbij zal specifiek worden stilgestaan bij de toepassingswaarde van het huidige DSM-5 As-II voorstel ter beschrijving van persoonlijkheidspathologische eigenschappen op jonge leeftijd, dat het statische en stigmatiserende karakter van een As II diagnose overstijgt, en concrete handvaten biedt naar individuele behandelingsplannen. Deelnemers maken in tweede instantie via casussen kennis met de structuur en toepassingsmogelijkheden van HiPIC en de DIPSI, waarbij de implicaties voor de diagnostiek en behandeling van kinderen met gedrags- en emotionele problemen worden besproken.

 

Praktische organisatie

  • Sessie 1 | Els Pauwels - Antwerpen – dinsdag 13 december – 17.30 tot 21.00 uur
  • Sessie 2 | Els Pauwels – Antwerpen – dinsdag 20 december – 18.00 tot 21.00 uur
  • Sessie 3 | Tim Bastiaens & collega – Gent – dinsdag 10 januari – 18.00 tot 21.00 uur
  • Sessie 4 | Tim Bastiaens & collega – Gent – dinsdag 24 januari – 18.00 tot 21.00 uur
  • Sessie 5 | Barbara De Clercq – Gent – donderdag 24 mei – 18.00 tot 21.00 uur
  • Sessie 6 | Barbara De Clercq – Gent – donderdag 31 mei – 18.00 tot 21.00 uur
  • Sessie 7 | Barbara De Clercq – Gent – dinsdag 5 juni – 18.00 tot 21.00 uur

 

-